Home
Login

10 tips bij het aanleveren van drukbestanden.

Je hebt een prachtig ontwerp gemaakt voor een klant en je bent uitgekozen als winnaar. De volgende stap is het aanleveren van een drukbestand zodat je klant het ontwerp kan gaan drukken. Het is belangrijk om je aan een aantal regels te houden zodat het drukbestand voldoet aan de eisen van de drukker. Wij hebben een aantal tips voor je op een rijtje gezet.

Tip 1: Controleer altijd de eisen bij de drukker.

Er zijn drukkers die afwijken van de standaard eisen aan een drukbestand. Het kan dus gebeuren dat je bestand ineens is afgewezen ondanks dat je bestand goed is aangeleverd. Wij raden je aan om altijd even contact op te nemen met je opdrachtgever voor de eisen van de drukker. Je weet zo zeker dat je bestand voldoet aan alle eisen.

Tip 2: Kleuren

Als ontwerper kan je werken met twee soorten kleuren. Je kan werken met RGB en  CYMK. Voor drukwerk wordt er in principe altijd CYMK gebruikt. Een drukker vraagt dan ook om alle drukbestanden in CYMK aan te leveren. Het is mogelijk om de kleur achteraf nog om te zetten. Het nadeel is dat je vaak kleurverschil krijgt in je drukwerk. Probeer een ontwerp daarom standaard in CYMK te ontwerpen om kleurverschil te voorkomen.

Tip 3: Resolutie bij afbeeldingen.

Bij het ontwerp van een flyer of foldermateriaal heb je misschien gebruik gemaakt van afbeeldingen. Je opdrachtgever heeft misschien wel foto’s aangeleverd die je kan gebruiken. Het is belangrijk dat de resolutie van je afbeeldingen hoog genoeg is om te drukken. Als de resolutie niet hoog genoeg is dan krijg je een onscherp eindresultaat. Je wilt dit natuurlijk proberen te voorkomen en gelukkig kan je dit altijd vooraf controleren. De resolutie van de foto’s dient minimaal 300 PPI te zijn voor een scherpe afdruk.

Tip 4: Afloop

Een drukker snijdt vaak het drukwerk op maat en hierdoor is het belangrijk om rekening te houden met de afloop. Het kan voorkomen dat een afbeelding net voor de helft wordt afgesneden. Dit wil je natuurlijk voorkomen en daarom dien je rekening te houden met de afloop. Je kunt het beste geen foto’s of kleuren toevoegen aan de rand van een ontwerp. De minimale afloop hiervoor is vaak 1 mm, maar er zijn ook drukkers die 3 of 4mm hanteren. Informeer altijd even bij je drukker voor de juiste afloop.

Tip 5: Tekst

Als je een bepaalt lettertype gebruikt dan kan het voorkomen dat de drukker een ander lettertype ziet. Deze afwijking krijg je te zien zodra het bestand gedrukt is. Je hebt ineens een compleet ander lettertype dan je ooit hebt uitgekozen. Dit kan je gelukkig voorkomen door de teksten om te zetten naar “Lettercontouren”. De drukker ziet de teksten nu als een afbeelding zodat er geen veranderingen zichtbaar zijn qua lettertype. Je drukker hoeft zo niet exact hetzelfde lettertype geïnstalleerd te hebben.

Tip 6: Transparantie

Een drukbestand kan afgekeurd worden door het gebruik van transparantie. Je kan dit effect gebruikt hebben voor bijvoorbeeld een overloop naar een andere kleur. Of een schaduweffect achter een foto of tekst. Als je gebruik maakt van een programma als Adobe Illustrator dan kan je bij object kiezen voor afvlakken transparantie. Het is ook mogelijk om hiervoor te kiezen in Indesign tijdens het exporteren naar PDF.

Tip 7: Opmaak zwart.

Als je gebruik maakt van zwart in je ontwerp, dan kan dit tijdens het drukproces anders uitvallen. Er zijn namelijk twee methodes om zwart te drukken. Je kunt CYMK op 0% zetten en 100% black. In de praktijk valt dit uit als grijs zodra je een bestand gaat drukken. Wil je wel echt diep zwart in je ontwerp? Gebruik dan 40% Cyaan, 30% Magenta en 20% Yellow voor 100% Black.

Tip 8: Veiligheidsmarge

Naast de afloop wordt er vaak rekening gehouden met een veiligheidsmarge. Foto’s, tekst en logo’s dienen binnen deze marge te blijven. De marge wordt berekent vanaf de binnenkant van het document. Een drukker geeft vaak zelf een advies voor een veiligheidsmarge. De meeste drukkers kiezen voor een marge van 5 mm.

Tip 9: Gebruik een vector bestand.

Als je gebruik maakt van een logo in je ontwerp zorg er dan altijd voor dat je een vector bestand gebruikt. Een vector bestand kan je veranderen van vorm zonder dat je bestand afneemt in kwaliteit. Je kan zo een logo eenvoudig vergroten zonder een onscherp resultaat te krijgen. Vraag altijd aan je opdrachtgever om de vectorbestanden voor het maken van een drukbestand of ontwerp.

Tip 10: PDF

Als je drukbestand eindelijk aan alle eisen voldoet dan vraagt de drukker vaak om een PDF bestand. Het bestand moet aan standaard voorwaarden voldoen en deze eisen staan aangegeven op de website van de drukker. De meeste drukkers vragen om het document te exporteren als PDF/X-3:2002.